Ter hoogte van Islares aan de Cantabrische zee waaiert de Rio Aguera haar ragfijne rossige zand uit in een delta. Bij laagwater valt die, op een smalle stroom na, nagenoeg helemaal droog. Er ontstaat een kilometers breed strand in de vorm van een Jacobsschelp. Zo’n schelp als op het logo van de oliegigant. Bosjes pelgrims trekken er, op weg naar Santiago de Compostela, langs het water. Aan hun rugzakken bungelen hun schoenen en tingelen Jacobsschelpen, als symbool van de Camino, tegen gespen op de kadans van hun tred.

Het strand verbindt twee rotskammen aan weerszijde ervan. Rond de ijzingwekkend steile wanden cirkelen vale gieren traag op de thermiek van de  middagzon. Ergens tussen die kammen en de vlakte van de delta ontstaat iedere dag bij mooi weer een vreemdsoortige krachtmeting tussen de ruige natuur en een exhibitionistisch paraderen der lijven. Langs de vloedlijn drillen billen, deinen borsten en wiegen zaakjes zelfverzekerd in flinterdunne spandex of nog vaker in volledige ‘vrijheid’. Uitgenodigd door de majestueuze welvingen van de bergen boven zich lijken de lijven ook de hunne ten toon te willen spreiden. Wat mij betreft een indrukwekkende, maar hachelijke onderneming.